De Nationale Wetenschapsquiz 2008

Freelance web developer met interesse in AI, robotica, frontend en backend php development.

Delen

De nationale wetenschapsquiz 2008 sfeer image

Hij is er weer de quiz der quizzen: De Nationale Wetenschapsquiz. Weet jij de juiste antwoorden of weet je die nog niet? Wat is jouw onderbouwing voor de vragen van de nationale wetenschapsquiz 2008? Je kunt je ideeën uitwisselen door hier te reageren en denk je er uit te zijn dan kun je bij de VPRO (feest voor de geest) je antwoorden inzenden en meedingen naar de prijzen. Niet op kerstavond maar op nieuwjaarsdag,1 januari 2009 om 20.50 uur op Nederland 3, worden de antwoorden weer op eigenzinnige wijze besproken.

Vraag 1: Wat gebeurt er als je een fles champagne opent in het International Space Station? 

A. De champagne spuit eruit in duizenden mini-balletjes.
B. De champagne komt langzaam als één vloeibare bal uit de fles.
C. De champagne schuimt met grote bellen maar een flink deel blijft gewoon in de fles.

Vraag 2: Als een Space Shuttle terugkeert naar de Aarde, gaat ze eerst in een lagere baan rond de aarde draaien. Wat gebeurt er daarbij met de voorwaartse snelheid? 

A. Die wordt groter.
B. Die wordt kleiner.
C. Die blijft hetzelfde.

Vraag 3: Hoe ontwikkelt de vorm van onze planeet zich in de toekomst? 

A. De aarde wordt steeds ronder.
B. De aarde wordt steeds ovaler
C. De vorm van de aarde verandert niet.

Vraag 4: Waardoor zien mensen met een donkere huid er vaak minder oud uit dan mensen met een lichte huid? 

A. Door het grotere aantal vetkliertjes.
B. Door de dikkere epidermis.
C. Door de pigmentlaag.

Vraag 5: Een auto rijdt met een vaste stuuruitslag in een cirkel rond. Is er verschil in de grootte van de draaicirkel bij het vooruit rijden of het achteruit rijden? 

A. Nee, er is geen verschil.
B. Ja, vooruit is de draaicirkel groter.
C. Ja, vooruit is de draaicirkel kleiner.

Vraag 6: Waardoor komen de oliebollen in een pan met kokende olie boven drijven? 

A. Door vochtverlies
B. Door uitzetting van gas.
C. Door convectie in de olie.

Vraag 7: Je speelt een bekende melodie op een instrument en neemt dat op. Vervolgens knip je 1/25ste van de aanzet van de tonen weg. Iemand die de opname beluistert: 

A. herkent de toonhoogte van de klanken niet meer.
B. herkent de melodie niet meer.
C. herkent het instrument niet meer.

Vraag 8: Boven de 15.000 Hertz kan je nauwelijks meer geluid horen. Wat hoor je als tegelijkertijd twee tonen van respectievelijk 15.000 en 20.000 Hertz laat horen?

A. Je hoort zacht geruis.
B. Je hoort nagenoeg niets.
C. Je hoort een duidelijke toon van 5000 Hertz.

Vraag 9: Wat vergt gemiddeld de meeste inspanning? 

A. Autorijden.
B. Rustig lopen.
C. Strijken.

Vraag 10: Wat gebeurt er uiteindelijk met 95 procent van de fotonen - lichtdeeltjes - die in het heelal rondzwerven? 

A. Ze verliezen hun lading.
B. Ze hebben het eeuwige leven.
C. Ze gaan op in andere deeltjes.

Vraag 11: Hoe komt het dat de meeste elektronische weegschalen minder gewicht aangeven op een zachte ondergrond dan op een harde ondergrond? 

A. Vrijwel alle elektronische weegschalen hebben te lage pootjes.
B. De indrukbaarheid van de weegsensor neemt af met de zachtheid van de ondergrond.
C. De bodemplaat buigt op een zachte ondergrond minder door.

Vraag 12: Wat is de maximale hoogte waarmee je met een stevig rietje een glas water in één keer kan leegzuigen?  

A. Ongeveer 3 meter.
B. Ongeveer 7 meter.
C. Ongeveer 10 meter.

Vraag 13: Wat gebeurt er met de ontvangstkwaliteit van radiosignalen, als er niet een paar duizend, maar een paar miljoen mensen de radio aanhebben? 

A. Het signaal blijft even sterk.
B. Het signaal wordt zwakker.
C. Het signaal wordt sterker.

Vraag 14: Wanneer is een ei het zwaarst? 

A. Als een ei net bevrucht is.
B. Als het kuikentje in het ei volgroeid is.
C. Beide eieren wegen evenveel.

Vraag 15: Wat zie je het eerst als iemand vanachter je plotseling langszij, voorbij loopt? 

A. Vorm.
B. Kleur.
C. Beweging.

Vraag 16: Je hand past precies om een ronde trapleuning, zodat dat duim en middelvinger elkaar kunnen raken. Wat gebeurt er als je een handschoen aantrekt en je hand om de leuning legt? 

A. Er ontstaat een gat tussen duim en middelvinger.
B. Het past nog steeds precies.
C. De duim en de middelvinger overlappen elkaar een beetje.

Vraag 17: Je gooit een aantal keer met een munt, iemand anders gooit één keer meer. Hoe groot is de kans dat hij vaker kop gooit dan jij? 

A. Die kans is een half.
B. Die kans is kleiner dan een half.
C. Die kans is groter dan een half.

Vraag 18: Welke sneeuw smelt het snelst? 

A. Schone sneeuw.
B. Vuile sneeuw.
C. Stuifsneeuw.

Vraag 19: Je vult een smal bierflesje met zoveel water dat het ondersteboven in het water blijft drijven. Waarom zakt het flesje naar de bodem als je het een eind onder water duwt? 

A. Omdat er lucht uit het flesje ontsnapt.
B. Omdat het glas wordt samengeperst.
C. Omdat er meer water in de fles wordt geperst.

Vraag 20: Sorry, there are no polls available at the moment.

Deelname aan de Nationale Wetenschapsquiz (Senior en Junior) kan tot maandag 15 december, 12.00 uur. Dan moeten invulformulieren per post of via internet binnen zijn. Je kan je definitieve antwoorden van de nationale wetenschapsquiz insturen op de site van het NWO

Reageren

3 reacties op “De Nationale Wetenschapsquiz 2008

    1. Ongetwijfeld. Ik publiceer automatisch drietalig. Duits laat ik meestal links liggen. Vaak heeft Engels of Nederlands de prioriteit afhankelijk van de doelgroep. Omdat hier toch voornamelijk een Nederlandse doelgroep voor is kwam de Engelse vertaling uit een of andere vertaalmodule. De kerstpuzzel was trouwens in het geheel niet vertaald. Wel wil ik de taalkeuze iets prominenter in beeld brengen binnenkort omdat een groot aantal Nederlandse bezoekers niet de moeite neemt de taal op Nederlands in te stellen. Maar ja, er is nog zoveel 'work in progress' 😉

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.